De bevoegdheden van de GMR

a.overleg met schoolbestuur.
Een belangrijke bevoegdheid van de MR is het recht om regelmatig overleg te hebben met het bestuur. Letterlijk zegt de wet dat ‘het bestuur de medezeggenschapsraad in de gelegenheid moet stellen om tenminste tweemaal per jaar een gesprek met hem te hebben ‘ over de algemene gang van zaken op school. Het bestuur kan de MR uitnodigen voor een bespreking, maar de MR of een geleding ervan (ouder- of personeelsgeleding) kan ook zelf om een gesprek vragen. Het is gebruikelijk dat bij de uitnodiging wordt aangegeven wat de onderwerpen van bespreking zullen zijn.

b.Gevraagd en ongevraagd advies,
De MR heeft op grond van de wet het recht om alle onderwerpen te bespreken die betrekking hebben op de school, standpunten te bepalen en kenbaar te maken bij het bestuur. De raad mag over alle schoolse aangelegenheden het bestuur gevraagd en ongevraagd advies geven. Het bestuur is verplicht binnen drie maanden op adviezen van de raad te reageren. Dit moet schriftelijk gebeuren en het bestuur moet redenen aangeven als het advies van de MR niet wordt overgenomen.

c.De MR krijgt informatie van het bestuur.
Aan het begin van het schooljaar moet de MR schriftelijk van het bestuur een aantal belangrijke gegevens verkrijgen: de samenstelling van het bestuur, de organisatie binnen de school, de taakverdeling tussen bestuur en schoolleiding en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Ook krijgt de MR in ieder geval één keer per jaar een schriftelijk verslag van het door het bestuur gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens van het bestuur ten aanzien van de school op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Verder moet het bestuur, al of niet op verzoek van de MR, alle informatie verstrekken die nodig is voor de goede vervulling van de taak van de MR. Daarnaast vermeldt de wet nog een aantal algemene taken, zoals het streven van de MR naar openheid en openbaarheid binnen de school en het tegengaan van discriminatie ( bijvoorbeeld pesten).

Bijzondere bevoegdheden
De MR kan het bestuur adviseren als het bestuur er niet om vraagt. In het gedeelte van de WMO van de ‘Bijzondere bevoegdheden’ staat een groot aantal onderwerpen waarbij het bestuur verplicht is om de MR naar zijn mening te vragen. De MR heeft bij plannen en besluiten van het bestuur inspraakmogelijkheden. Er is een verschil tussen adviesrecht en instemmingsrecht. De bevoegdheid van de MR om het bestuur te adviseren over verschillende aangelegenheden en de bevoegdheid om al dan niet in te stemmen met voorstellen van het bestuur, worden de bijzondere bevoegdheden van de MR genoemd.