INFORMATIE GROEP 3
  Biologieles in groep 3
  Dierendag 
  Schoenzetten 
   Ontvangst van de Sint 
  Sint op bezoek 

Hartelijk welkom in groep 3

Groep 3 is een zeer intensieve groep; er moeten veel vaardigheden aangeleerd
worden: lezen, rekenen, schrijven, enz.
De leerlingen zijn gedwongen langer stil te zitten dan in groep 2. Om de overgang wat soepeler te laten verlopen, zijn er
regelmatig "spelmomenten" ingebouwd, waarop de kinderen even stoom kunnen afblazen. (Hoekenwerk)
Ook mogen de kinderen van groep 3 (en 4) ‘s middags nog een poosje buiten spelen.
Op deze pagina willen we u wat meer vertellen over onze leesmethode, rekenmethode, het oefenprogramma ‘Met sprongen vooruit’ en het hoekenwerk.

 

Lezen

Leren lezen met “De leessleutel”. Op onze school leren de kinderen lezen met De leessleutel. Ze leren er niet alleen mee lezen, maar de methode helpt hun ook om andere aspecten van de taal te ontwikkelen, zoals het spreken en luisteren en de woordenschat. In het kort willen we enkele belangrijke kenmerken van De leessleutel weergeven.

 

1. Plezierig en toch goed oefenen

Het meest kenmerkende van De leessleutel is, dat het lezen voor de kinderen niet bestaat uit louter trainen en oefenen, maar dat er veel te beleven valt tijdens het lezen. Iedere 14 dagen komt er een nieuw thema aan de orde. De thema’s hebben met het dagelijks leven te maken. Daardoor leren de kinderen ook hoe je in het dagelijkse leven de taal kunt gebruiken. Op die manier staat de leesstof midden in het dagelijkse leven. Door dit gegeven en door de leuke gevarieerde werkvormen blijven de kinderen lezen als een avontuur zien.

Tijdens een thema spelen in de verhalen die verteld en gelezen worden, steeds een of twee kinderen de hoofdrol. Die kinderen staan op een grote wandplaat die in het klaslokaal hangt. Door met deze hoofdrolspelers mee te leven krijgt het lezen betekenis voor de kinderen. Daarnaast is er speelse oefenstof, zodat de kinderen veel leren en snel vooruitgaan. 

2. Wat leren ze dan precies?

In groep 3 gebeurt er veel. Bij het leren lezen gaat het dan om:
- technisch lezen: de gedrukte woorden precies zien en zeggen;
- het leesbegrip: begrijpen waarover het gaat en wat er bedoeld wordt;
- leesbeleving: betrokken zijn bij de inhoud van de tekst; we willen dat het lezen wat bij de kinderen losmaakt, dat ze met de hoofdpersonen uit het verhaal meeleven en er ook een mening over hebben;
leesmotivatie of boekpromotie; zorgen dat de kinderen zin in lezen krijgen en uit zichzelf boeken gaan pakken en lezen.

3. Taalontwikkeling

Met de methode die wij gebruiken, leren de kinderen niet alleen lezen. Ook hun taalontwikkeling in het algemeen wordt erdoor gestimuleerd.

Daarbij gaat het om:
- leren spreken en luisteren: de meeste kinderen kunnen dat al wel, maar nu gaat het om goed naar verhalen luisteren zodat ze er vragen over kunnen beantwoorden, om luisteren naar elkaar en om gericht spreken over een bepaald onderwerp;
- taalbeschouwing:
kennis opdoen van de wijze waarop de taal in elkaar zit. Ook is er veel aandacht voor vergroting van de woordenschat;
- spelling: het zuiver schrijven van woorden. In de eerste helft van het jaar leren de kinderen alle letters en eenvoudige woorden goed schrijven, waarna in de tweede helft wat moeilijkere woordsoorten geoefend worden;
- stellen: zelf teksten en verhalen kunnen samenstellen
. 

4. Snel, maar verantwoord

De leessleutel bestaat uit twee delen. Ze duren elk een half schooljaar. In het eerste deel staat de ene dag een woord centraal, waarna de andere dag een letter uit dat woord centraal staat. Op die manier leren de kinderen al vlug heel veel letters, zodat ze ook weer heel snel veel woorden leren lezen (hakken en plakken). Dit gaat best snel, maar in de praktijk blijkt dat de meeste kinderen dit goed aankunnen. De kinderen vinden het ook leuk, als ze merken dat ze zo snel vooruitgaan. Elk thema wordt afgesloten met een toets.

In het tweede deel, als alle letters aangeleerd zijn, komen moeilijker woorden en verhalen aan de orde.

5. Zingend lezen

Als een kind een woord niet direct kan lezen gaan we het zingend lezen. We lezen de eerste letter en houden die aan en zeggen dan de andere letters. Dus als een kind moet lezen: Ik eet een reep en het kan reep niet vlot genoeg lezen, dan is de leeswijze: rrreeeppp. Het kind houdt de klanken aan, zodat het even vooruit kan kijken om het volgende deel van het woord te lezen. Als u thuis samen met uw kind een boekje gaat lezen, probeer het dan ook zo te doen.


6. Onderwijs voor alle kinderen

Met onze leesmethode proberen we alle kinderen aan hun trekken te laten komen. Het algemene aanbod is hiervoor besproken. Verder zijn er twee groepen kinderen die speciale aandacht ontvangen.

- Voor de kinderen die gemakkelijk leren lezen of al een voorsprong hebben op de rest, maken we veel lessen wat moeilijker. In de methode is aangegeven hoe we dat kunnen doen. Ze blijven gewoon bij de groep, maar krijgen extra opdrachten.

- Kinderen met leesproblemen kunnen we heel snel opsporen en begeleiden (m.b.v. observaties, toetsen en de herfstsignalering) omdat de methode een eigen “apotheek” heeft in de vorm van een orthotheek. Deze bevat allerlei middelen om die kinderen te helpen.

Rekenen 


Pluspunt’ is de methode voor rekenen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van drie werkboeken,
• Het groene oefenboek voor leerkrachtgebonden lessen en zelfstandig werken lessen.
• Het oranje toetsboek.
• Het rode werkboek met voornamelijk verdiepingsstof voor na de toets als kinderen geen extra oefenstof nodig hebben.
Ook de computer kan worden ingezet.
In groep 3 wordt veel aandacht besteed aan getalbegrip. Er wordt begonnen met tellen, kleine hoeveelheden herkennen, de begrippen meer, minder en evenveel. De getalsymbolen worden geleerd met behulp van de getallenlijn, eerst tot 10, daarna tot 20 en aan het eind van groep 3 tot 100.
Optellen en aftellen wordt geleerd in een aantal stappen:
• Aan de hand van echte situaties, zoals knikkeren: winst en verlies.
• Het busmodel met poppetjes die in en uitstappen.
• Het busmodel zonder poppetjes.
• Pijlentaal.
• Alleen de som.
De kinderen leren gebruik te maken van het rekenrekje. Hierbij leren ze structureren in groepen van vijf, waardoor ze niet meer alles hoeven te tellen. Verder leren de kinderen splitsen. Dit helpt vooral bij sommen over de 10. Hierbij moeten alle mogelijkheden geautomatiseerd worden, bijvoorbeeld 5 = 1 en 4 / 2 en 3 / 5 en 0. Naast getalbegrip komen ook meten en verhoudingen aan de orde in de vorm van lengte, tijd, gewicht en geld. Aan ruimtelijke oriëntatie wordt gewerkt in opdrachten zoals waar staat de fotograaf en blokkenbouwsels.

Met sprongen vooruit 
‘Met sprongen vooruit’ is een interactief, klassikaal oefenprogramma en heeft tot doel dat de leerlingen eind groep 4 verkort en flexibel kunnen rekenen in het getallengebied tot honderd. In de groepen 3 en 4 wordt er ongeveer 3 keer per week een kwartier met dit oefenprogramma gewerkt. ‘Met sprongen vooruit is een aanvulling op onze methode ‘Pluspunt’. 

Hoekenwerk 

Hoekenwerk is een vorm van zelfstandig werk waarbij opdrachten uitgevoerd worden op een bepaalde plaats (hoek of tafel) omdat daar het nodige materiaal of de nodige apparatuur aanwezig is.

De kinderen moeten in twee weken ongeveer vier taken uitvoeren tijdens het hoekenwerk. Dit kan een rekenblad zijn, een verhaaltje schrijven, leesboekje lezen in de leeshoek of een spel doen op de computer. Op het takenbord in de klas zien de leerlingen welke taken ze moeten doen en op het kiesbord kiezen de kinderen waar ze gaan werken. Met deze borden hebben de leerlingen in de groepen een en twee al kennisgemaakt en gewerkt.

In de groep zijn er vier hoeken: de luisterhoek, kleine bouwhoek, computer en de leeshoek.

Verder zijn er zes groepstafels. Nu zijn het de knutseltafel, rekentafel, techniektafel, taaltafel, letterdoostafel en de speltafel.

Op maandag, dinsdag en donderdag is er een half uur hoekenwerk en kunnen de kinderen aan hun taken werken of iets anders doen.

Waarom hoekenwerk in groep drie?
Leerlingen zijn actiever bezig.
Dat ze tegen een bepaalde tijd moeten klaar zijn, betekent een zekere uitdaging.
Het geeft je de mogelijkheid om te differentiëren.
Doordat er verschillende taken worden aangeboden, vindt iedere leerling wel iets wat hem/haar aanspreekt.
Ook het feit dat ze bepaalde opdrachten (of de volgorde) mogen kiezen, geeft leerlingen een zeker gevoel van vrijheid, waardoor hun motivatie stijgt.