|
|
|
|
Praktische verkeerslessen |
|
|
Appels plukken in de Olmenhorst |
|
|
Schoenzetten |
|
|
Sintbingo |
|
|
Ontvangst van de Sint |
|
|
Sint op bezoek |
Hartelijk welkom in groep 1/2b
Aan het begin van de dag hebben we vaak een kringgesprek. De kleuters vertellen over wat ze beleefd hebben en daarmee oefenen ze hele belangrijke taalvaardigheden: dingen onder woorden brengen, goede zinnen maken, een logisch 'verhaal' opbouwen. De andere kleuters luisteren en leren zo stil te zijn als een ander kind praat, interesse te tonen en ze breiden hun woordenschat uit.Na het gebed en het vertellen van een bijbelverhaal, een leergesprek over een bijbels onderwerp, een chr. liedje leren of een bijbels prentenboek aanbieden gaan we buiten spelen of gymen, óf we gaan werken in de hoeken en aan de tafels. Het liefst werken
we rond een bepaald thema dat in de belevingswereld van het kind ligt of
wordt gebracht. Bij een kleuter spelen emoties een belangrijke rol en hij
zal gemakkelijker dingen leren als het onderwerp hem bekend voorkomt en
boeit.. Nu zijn we bijvoorbeeld aan het werk over bouwen. De kinderen
krijgen niet alleen werkjes die over bouwen gaan, maar we lezen ook
prentenboeken en verhaaltjes voor over dit onderwerp. En de liedjes gaan
erook over. In de hoeken leren de kleuters hele belangrijke vaardigheden: wat dacht u ervan als je samen een kasteel gaat bouwen in de blokkenhoek? Je moet dan met elkaar kunnen overleggen, de taken verdelen, goed onder woorden brengen wat je bedoelt, initiatief nemen etc. etc. Juist in de hoeken leren de kinderen heel veel sociale vaardigheden en taalvaardigheden die ze in de hogere groepen heel hard nodig hebben. Tijdens een schoolweek maken de kleuters ook werkjes. Meestal twee in de week. Bij veel werkjes oefenen de kinderen hun fijne motoriek wat ze later nodig hebben bij het leren schrijven. Ze leren omgaan met een schaar en met plaksel, maar ze leren ook een goede werkhouding ontwikkelen. 'Ik moet dit werkje doen en het moet af, dus ik kan maar beter meteen beginnen en goed doorwerken, anders zit ik er morgen nog achter.' In de kasten van de klassen staan heel veel zgn. ontwikkelingsmaterialen, die zoals het woord al zegt helpen bij de ontwikkeling van de kinderen. We hebben daarvoor ook 'puzzeltafels' en spelletjes tafels waar de kleuters zelfstandig, of o.l.v. De leerkracht spelletjes doen die bijvoorbeeld het logisch denken bevorderen: wat gebeurde er eerst, leg de plaatjes in goede volgorde etc. U heeft in de klassen vast wel twee grote borden zien hangen, ik heb ze hier bij me. Dit kleinere bord is het kiesbord, en dit grotere een planbord. U bent vast benieuwd hoe uw kind hiermee werkt. Het is een hulpmiddel om de kinderen heel zelfstandig te maken.. Alle kinderen hebben hun eigen plaatje, op de kapstok, op hun gymtas, op hun stoel, en ook op dit kiesbord. Elke dag mag uw kleuter op zijn beurt kiezen wat hij wil doen. Daar plaatst hij dan zijn kaartje. Hier zijn wel grenzen aan, want misschien wil het kind in de poppenhoek, maar op het moment dat hij mag kiezen zit die al vol. Dan moet hij kijken waar nog wel ruimte is.
Nu gaan we naar het grote bord, het planbord. Het is zo dat de kinderen op maandag te horen krijgen welke werkjes die week 'verplicht' zijn. Ze mogen nu zelf weten wanneer ze die maken als ze op vrijdag maar gedaan zijn. Als er een werkje af is hangen ze een magneetje op dit planbord. Al heel gauw zie je of de kinderen behoren tot het type: snel mijn werk klaar, dan is dat tenminste af en dan kan ik de rest van de week lekker kiezen wat ik wil, of tot het type uitstellers: nou hoor, vandaag heb ik nog geen zin, morgen misschien... Nog even wat over de bewegingstijd: als het goed weer is gaan we met de kleuters naar buiten. En ook daar leren de kinderen spelenderwijs een heleboel. Ze ontwikkelen hun grote motoriek door het fietsen, steppen, stelten lopen, sturen op de kar etc., maar ook hier oefenen ze weer in sociale vaardigheden als: samen spelen, overleggen etc. Regelmatig, vooral als wat kouder wordt gaan we ook met de kinderen naar de kleutergymzaal waar we soms met het grote materiaal bezig zijn, of soms kring en tikspelletjes doen.
Het leerlingvolgsysteem.
Met het PRAVOO-leerlingvolgsysteem
kijken we in november en aan het eind van het schooljaar naar de algehele
ontwikkeling van het kind. We doen dat met een ontwikkelingskaart waarop 30
kenmerken van een kind bekeken worden. Het gaat dan om het gedrag van het
kind in de kring, het contact van het kind met de leerkracht en met andere
kinderen. Ook het spelen, werken, de taal, de waarneming, de motoriek enz.
komen aan bod.
De CITO-toetsen die wij voor de kleuters gebruiken, zijn gericht op taal en ordenen, deze worden in januari en in juni afgenomen. CITO-taal kijkt bij de jongsten naar de woordenschat en naar het vermogen om kritisch te kunnen luisteren. In groep twee wordt ook gekeken naar klank en rijm, schriftoriëntatie en auditieve vaardigheden. CITO-ordenen kijkt bij de jongsten naar kleurenkennis, verder bij jongsten en oudsten naar de kennis van vormen, het kunnen zien van verschillen in b.v. grootte, vergelijken en tellen. Het kunnen maken van een serie komt ook aan de orde, b.v. van dik naar dun, van hoog naar laag. Met behulp de eigen observaties van de leerkracht en van de toetsresultaten krijgen we een zo compleet mogelijk beeld van de ontwikkeling van het kind; verloopt die ontwikkeling goed of misschien wel vertraagd, zo ja, op welk gebied? Of heeft het kind op sommige gebieden een voorsprong? Het belangrijkste blijft altijd de observatie van de leerkracht gedurende het schooljaar, de leerlingvolgsystemen helpen ons weliswaar om gericht te kijken, maar zijn altijd momentopnames. De ontwikkeling van kinderen, met name van kleuters verloopt meestal in sprongen, wat de ene maand niet lukt, kan de volgende maand opeens wel goed gaan.De leerkracht kijkt dan ook kritisch naar de toetsuitslagen, kloppen die met wat de leerkracht ziet of weet van het kind? |
|
|
Het kleuterrapport.
De kinderen van groep twee krijgen twee een rapport. |
|
|