|
Hartelijk welkom in groep 1
Ik
wil u iets vertellen over
de manier van werken in de kleuterklas. U denkt
misschien wel dat de kleuterjaren op school niet zo belangrijk zijn. Dat uw
kind lekker speelt en nog niet leert. Nou dat is dus absoluut een
misverstand. Vanaf dat de kleuters bij ons binnenkomen zijn ze aan het leren.
En dat doen ze spelend inderdaad, want dat is de belangrijkste manier waarop
een jong kind leert. De indeling van
het lokaal is heel anders dan in de groepen 3 t/m 8. De lokalen zijn ook
groter omdat we zgn. 'hoeken' hebben. Maar we beginnen
elke dag in de kring. En na het werken keren we ook weer in de kring terug.
Aan het begin van
de dag hebben we vaak een kringgesprek. De kleuters vertellen over wat ze
beleefd hebben en daarmee oefenen ze hele belangrijke taalvaardigheden:
dingen onder woorden brengen, goede zinnen maken, een logisch 'verhaal'
opbouwen. De andere kleuters luisteren en leren zo stil te zijn als een
ander kind praat, interesse te tonen en ze breiden hun woordenschat uit.
Na het gebed en
het vertellen van een bijbelverhaal, een leergesprek over een bijbels
onderwerp, een chr. liedje leren of een bijbels prentenboek aanbieden gaan
we buiten spelen of gymen, óf we gaan werken in de hoeken en aan de tafels.
Het liefst werken
we rond een bepaald thema dat in de belevingswereld van het kind ligt of
wordt gebracht. Bij een kleuter spelen emoties een belangrijke rol en hij
zal gemakkelijker dingen leren als het onderwerp hem bekend voorkomt en
boeit.. Nu zijn we bijvoorbeeld aan het werk over bouwen. De kinderen
krijgen niet alleen werkjes die over bouwen gaan, maar we lezen ook
prentenboeken en verhaaltjes voor over dit onderwerp. En de liedjes gaan
erook over.
In de hoeken leren
de kleuters hele belangrijke vaardigheden: wat dacht u ervan als je samen
een kasteel gaat bouwen in de blokkenhoek? Je moet dan met elkaar kunnen
overleggen, de taken verdelen, goed onder woorden brengen wat je bedoelt,
initiatief nemen etc. etc. Juist in de hoeken leren de kinderen heel veel
sociale vaardigheden en taalvaardigheden die ze in de hogere groepen heel
hard nodig hebben.
Tijdens een
schoolweek maken de kleuters ook werkjes. Meestal twee in de week. Bij veel
werkjes oefenen de kinderen hun fijne motoriek wat ze later nodig hebben bij
het leren schrijven. Ze leren omgaan met een schaar en met plaksel, maar ze
leren ook een goede werkhouding ontwikkelen. 'Ik moet dit werkje doen en het
moet af, dus ik kan maar beter meteen beginnen en goed doorwerken, anders
zit ik er morgen nog achter.' In de kasten van
de klassen staan heel veel zgn. ontwikkelingsmaterialen, die zoals het woord
al zegt helpen bij de ontwikkeling van de kinderen. We hebben daarvoor ook 'puzzeltafels'
en spelletjes tafels waar de kleuters zelfstandig, of o.l.v. De leerkracht
spelletjes doen die bijvoorbeeld het logisch denken bevorderen: wat gebeurde
er eerst, leg de plaatjes in goede volgorde etc. 
U heeft in de
klassen vast wel twee grote borden zien hangen, ik heb ze hier bij me. Dit
kleinere bord is het kiesbord, en dit grotere een planbord. U bent vast
benieuwd hoe uw kind hiermee werkt. Het is een hulpmiddel om de kinderen
heel zelfstandig te maken.. Alle kinderen
hebben hun eigen plaatje, op de kapstok, op hun gymtas, op hun stoel, en ook
op dit kiesbord. Elke dag mag uw kleuter op zijn beurt kiezen wat hij wil
doen. Daar plaatst hij dan zijn kaartje. Hier zijn wel grenzen aan, want
misschien wil het kind in de poppenhoek, maar op het moment dat hij mag
kiezen zit die al vol. Dan moet hij kijken waar nog wel ruimte is.
Als de kleuters
beginnen met werken/spelen hangen wij een rood poppetje op het kiesbord. Dit
betekent dat ze voorlopig niet mogen ruilen. Hun kaartje moet blijven hangen
waar het nu hangt, en dáár moet het kind ook werken/spelen. Dit doen we om
te voorkomen dat het kind van de ene naar de andere tafel of hoek fladdert,
en nergens echt tot spelen of werken komt. Na ongeveer een kwartier of
langer hangen we een blauw poppetje op. De kleuters weten dat precies: dan
mogen ze wel ruilen. Vaak kijken ze reikhalzend naar dit moment uit.
Nu gaan we naar
het grote bord, het planbord. Het is zo dat de kinderen op maandag te horen
krijgen welke werkjes die week 'verplicht' zijn. Ze mogen nu zelf weten
wanneer ze die maken als ze op vrijdag maar gedaan zijn. Als er een werkje
af is hangen ze een magneetje op dit planbord.
Al heel gauw zie
je of de kinderen behoren tot het type: snel mijn werk klaar, dan is dat
tenminste af en dan kan ik de rest van de week lekker kiezen wat ik wil, of
tot het type uitstellers: nou hoor, vandaag heb ik nog geen zin, morgen
misschien...
Nog even wat over
de bewegingstijd: als het goed weer is gaan we met de kleuters naar buiten.
En ook daar leren de kinderen spelenderwijs een heleboel. Ze ontwikkelen hun
grote motoriek door het fietsen, steppen, stelten lopen, sturen op de kar
etc., maar ook hier oefenen ze weer in sociale vaardigheden als: samen
spelen, overleggen etc. Regelmatig, vooral als wat kouder wordt gaan we ook
met de kinderen naar de kleutergymzaal waar we soms met het grote materiaal
bezig zijn, of soms kring en tikspelletjes doen.
Het leerlingvolgsysteem.
Vanaf
het moment dat uw kind onze school bezoekt, volgen wij de ontwikkeling van uw
kind door te observeren en aan de hand van het PRAVOO- en het CITO-leerlingvolgsysteem.Met het PRAVOO-leerlingvolgsysteem
kijken we in november en aan het eind van het schooljaar naar de algehele
ontwikkeling van het kind. We doen dat met een ontwikkelingskaart waarop 30
kenmerken van een kind bekeken worden. Het gaat dan om het gedrag van het
kind in de kring, het contact van het kind met de leerkracht en met andere
kinderen. Ook het spelen, werken, de taal, de waarneming, de motoriek enz.
komen aan bod. Deze kenmerken komen ook grotendeels voor
op het rapport voor de oudste kleuters.
De CITO-toetsen die wij voor de kleuters
gebruiken, zijn gericht op taal en ordenen, deze worden in januari en in juni
afgenomen. CITO-taal kijkt bij de jongsten naar de
woordenschat en naar het vermogen om kritisch te kunnen luisteren. In
groep twee wordt ook gekeken naar klank en rijm, schriftoriëntatie en
auditieve vaardigheden. CITO-ordenen kijkt bij de jongsten naar
kleurenkennis, verder bij jongsten en oudsten naar de kennis van vormen, het
kunnen zien van verschillen in b.v. grootte, vergelijken en tellen. Het
kunnen maken van een serie komt ook aan de orde, b.v. van dik naar dun, van
hoog naar laag.
Met behulp de eigen observaties van de
leerkracht en van de toetsresultaten krijgen we een zo compleet mogelijk
beeld van de ontwikkeling van het kind; verloopt die ontwikkeling goed of
misschien wel vertraagd, zo ja, op welk gebied? Of heeft het kind op sommige
gebieden een voorsprong? Het belangrijkste blijft altijd de
observatie van de leerkracht gedurende het schooljaar, de
leerlingvolgsystemen helpen ons weliswaar om gericht te kijken, maar zijn
altijd momentopnames. De ontwikkeling van kinderen, met name van kleuters
verloopt meestal in sprongen, wat de ene maand niet lukt, kan de volgende
maand opeens wel goed gaan.De leerkracht kijkt dan ook kritisch naar de
toetsuitslagen, kloppen die met wat de leerkracht ziet of weet van het kind?
|
|
Het kleuterrapport.
De kinderen van groep twee krijgen twee
keer per jaar een rapport. In het eerste rapport worden de
observaties en de gegevens van het leerlingvolgsysteem van november en
januari weergegeven. Het rapport gaat in februari mee naar huis, daarna
worden de rapporten besproken tijdens de contactavonden, de
15-minutengesprekken.
Mocht er al eerder aanleiding zijn voor
een gesprek, dan neemt de leerkracht contact op met de ouders/verzorgers of
andersom. Het tweede rapport gaat aan het eind van
het schooljaar mee met daarin verwerkt de gegevens van de laatste toetsen. In de schoolgids vindt u een
voorbeeldpagina van het kleuterrapport, u kunt een indruk krijgen van de
kenmerken waar we naar kijken en hoe wij die beschrijven.
Kinderklanken
Sinds twee jaar werken we op school met
het taalstimuleringsproject van “Kinderkla nken”. Dit project is ontwikkeld door een groep
mensen van de “Weerklank” uit Leiden, een school voor slechthorende kinderen
en kinderen met spraak- en/of taalproblemen. Gemaakt in opdracht van het
samenwerkingsverband Weer Samen Naar School van Duin- en Bollenstreek.
Misschien hebt u op de peuterspeelzaal al
wel eens kennis gemaakt met “Peuterpraat”, dit is de voorloper van “Kinderklanken”. In de groepen hangt een soort kalender
met daarop de letters die aan de orde komen. Hierbij hebben we een
naslagwerk met daarin allerlei oefeningen die een opbouw hebben in
ontwikkelingsniveau. Ook hebben we een groot aantal
prentenboeken mogen aanschaffen. Deze boeken sluiten aan bij de diverse thema’s. Onze
boekenhoek wisselt dan ook vaak van thema. Het project richt zich op twee
belangrijke aspecten van de taalontwikkeling, namelijk de ontluikende
geletterdheid en de ontwikkeling van de woordenschat.
De ontluikende
geletterdheid
De ontluikende geletterdheid is de
spontane ontwikkeling bij kinderen, die ervoor zorgt dat kinderen interesse
krijgen in de geschreven taal en inzicht krijgen in de mogelijkheden, de
functies en de structuur van geschreven taal.De ontluikende geletterdheid ontwikkelt
zich al voordat kinderen naar school gaan. De kinderen komen in hun
dagelijkse omgeving met geschreven taal in aanraking o.a. als ze anderen
zien lezen, als ze plaatjes bekijken uit een boek en tijdens het voorlezen.Taalverwerving is niet alleen leren
luisteren en spreken, maar ook leren lezen (hiermee bedoelen we het
herkennen van letters en begrijpen van teksten), het leren schrijven
(hiermee bedoelen we letters maken en later ook teksten schrijven).De mondelinge taalvaardigheid is een
belangrijke voorwaarde voor de lees- en schrijfontwikkeling, het is de basis
voor de ontluikende geletterdheid.
De ontwikkeling van de
woordenschat
Het tweede belangrijke aspect is de
ontwikkeling van de woordenschat. Het leren van woorden, woordbetekenissen
en begrippen is een belangrijk deel van de taalvaardigheid. De woordenschat
is niet alleen belangrijk voor de lees- en luistervaardigheid, maar ook voor
het spreken en schrijven. Een kleine woordenschat leidt o.a. tot problemen
met het begrijpen van gesproken en geschreven taal. Kinderen leren nieuwe
woorden door met anderen te praten, door lezen en door voorgelezen te worden.
In onze groepen hebben we speciaal voor de uitbreiding van die woordenschat
woordenschatkaartjes gemaakt. Vrolijke plaatjes rond een thema met daarop
een afbeelding en eronder het geschreven woord. Een kleine woordenschat
leidt vaak tot het niet begrijpen van de gesproken of geschreven taal
waardoor er ook minder plezier zal kunnen zijn in het lezen.

Op school werken we aan de hand van
thema’s. Elk thema is gekoppeld aan een klank. Bijvoorbeeld de k van
kasteel, waar nu in de groepen 1/2a en 1/2b over werken. Zo wisselen we van
thema en koppelen er een letter aan.Bij elk thema behoren allerlei taal- en
luisterspelletjes die we gezamenlijk in de groep doen. In de groep richten we
een lettertafel/ kast in. Hierop worden voorwerpen neergelegd waar je de
klank in hoort van de letter die centraal staat.Bijvoorbeeld als de i centraal staat,
mogen de kinderen dingen meenemen van huis waar je die letter in hoort.
Kikker, knikker, kip, krokodil, vis of bril. Het komt regelmatig voor dat
kinderen van huis iets meenemen waar de i wel in voorkomt maar waarvan de
uitspraak ie is, zoals bij fiets, ei of vlieger. We leren de kinderen dat
het gaat om de klank, dus wat hoor je? We leggen veel nadruk op de klank
alhoewel we ook wel oefeningen doen waar de geschreven letters centraal
staan. Bijvoorbeeld de opdracht: zoek dezelfde letter.
In de groepen merken we dat kinderen erg
enthousiast zijn om thuis naar voorwerpen te zoeken waarin ze de letter
horen die centraal staat.We dwingen niets maar hopen ze wel te
enthousiast te maken en hopen dat dit thuis een doorwerking heeft.Voorlezen, luisteren en kijken naar de
verhalen en plaatjes allemaal belangrijk, voor de ontwikkeling van uw kind!
|