Verlofregeling (vrijstelling
van schoolbezoek)
Inhoud

In de Leerplichtwet
staat dat uw kind de school moet bezoeken als er onderwijs
wordt gegeven. Leerlingen mogen dus nooit zomaar van school
wegblijven. In een aantal gevallen is echter een
uitzondering op deze regel mogelijk.
Als er een bijzondere
reden is waarom u vindt dat uw kind niet naar school kan,
moet u zich aan de regels voor zo’n uitzondering houden. De
uitzonderingen en de daarbij behorende regels staan in
hieronder beschreven.
Wanneer uw kind
plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging,
bestaat er recht op verlof.
Als richtlijn geldt dat
hiervoor één dag per verplichting vrij wordt gegeven. Indien uw kind gebruik maakt
van deze vorm van extra verlof, dient u dit een maand van te voren bij de directeur van de school te melden.
Voor vakantie onder
schooltijd kan alleen een uitzondering op de hoofdregel
gemaakt worden als uw kind tijdens de schoolvakanties niet
op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het beroep
van (één van) de ouders. In dat geval mag de directeur
eenmaal per schooljaar uw kind vrij geven, zodat er toch een
gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft de enige
gezinsvakantie in dat schooljaar. Bij uw aanvraag moet een
werkgeversverklaring worden
gevoegd waaruit de
specifieke aard van het beroep én de verlofperiode van de
betrokken ouder blijken. Verder dient u met de volgende
voorwaarden rekening te houden:
à in
verband met een eventuele bezwaarprocedure (zie punt 6) moet
de aanvraag ten minste acht weken van tevoren bij de
directeur worden ingediend, tenzij u kunt aangeven waarom
dat niet mogelijk was;
à de
verlofperiode mag maximaal 10 schooldagen beslaan;
à de
verlofperiode mag niet in de eerste twee weken van het
schooljaar vallen.
Helaas komt het wel
eens voor dat een leerling of een gezinslid tijdens de
vakantie ziek wordt, waardoor de leerling pas later op
school kan terugkomen. Het is van groot belang om dan een
doktersverklaring uit het vakantieland mee te nemen, waaruit
de duur, de aard en de ernst van de ziekte blijken. Op die
manier voorkomt u mogelijke misverstanden.
Onder ‘andere
gewichtige omstandigheden’ vallen situaties die buiten de
wil van de ouders en/of de leerling liggen. Voor bepaalde
omstandigheden kan vrij worden gevraagd.
Hierbij moet gedacht
worden aan:
à
een verhuizing van het gezin;
à
het bijwonen van een huwelijk
van bloed-of aanverwanten;
à
ernstige ziekte van bloed-of
aanverwanten (het aantal verlofdagen wordt bepaald in
overleg met de directeur en/of de leerplichtambtenaar);
à
overlijden van bloed-of
aanverwanten;
à
viering van een 25-, 40-of
50-jarig ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50-of 60-jarig
(huwelijks)jubileum van bloed-of
aanverwanten.
De volgende situaties
zijn geen ‘andere gewichtige omstandigheden’:
à
familiebezoek in het buitenland;
à
vakantie in een goedkope periode
of in verband met een speciale aanbieding;
à
vakantie onder schooltijd bij
gebrek aan andere boekingsmogelijkheden;
à
een uitnodiging van familie of
vrienden om buiten de normale schoolvakantie op vakantie te
gaan;
à
eerder vertrek of latere
terugkeer in verband met (verkeers)drukte;
à
verlof voor een kind, omdat
andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn .
Verlofaanvragen worden
altijd individueel beoordeeld. Een aanvraag voor verlof
wegens ‘andere gewichtige omstandigheden’ dient zo spoedig
mogelijk bij de directeur te worden ingediend (minimaal twee
weken van tevoren).
Aanvraagformulieren
voor verlof buiten de schoolvakanties zijn verkrijgbaar bij
de directeur van de school. U levert de volledig ingevulde
aanvraag, inclusief relevante verklaringen, in bij de
directeur van de school.
De directeur neemt zelf
een besluit over een verlofaanvraag voor een periode van
maximaal 10 schooldagen. Als een aanvraag voor verlof
vanwege ‘andere gewichtige omstandigheden’ meer dan 10
schooldagen beslaat, wordt de aanvraag doorgestuurd naar de
leerplichtambtenaar van de woongemeente. De
leerplichtambtenaar neemt vervolgens een besluit, na de
mening van de directeur te hebben gehoord.
Wanneer uw verzoek om
extra verlof wordt afgewezen en u bent het niet eens met dat
besluit, kunt u schriftelijk bezwaar maken. U dient een
bezwaarschrift in bij de persoon die het besluit heeft
genomen.
Het bezwaarschrift moet
ondertekend zijn en tenminste de volgende gegevens bevatten:
à
naam en adres van belanghebbende;
à
de dagtekening (datum);
à
een omschrijving van het besluit
dat is genomen;
à
argumenten die duidelijk maken
waarom u niet akkoord gaat met het besluit
wanneer het bezwaar
niet door u maar namens u wordt ingediend, moet u een
volmacht ondertekenen en bij het bezwaarschrift voegen.
U krijgt de gelegenheid om uw bezwaar mondeling toe te lichten. Daarna krijgt u
schriftelijk bericht van het besluit dat over uw
bezwaarschrift is genomen.
Bent u het dan nog niet
eens met het besluit dan kunt u op grond van de Algemene wet
bestuursrecht (Awb) binnen zes weken schriftelijk beroep
aantekenen bij de Arrondissementsrechtbank, sector
Bestuursrecht. Het indienen van een beroepschrift heeft geen
schorsende werking. Wel kan de indiener van een
beroepschrift zich wenden tot de President van de bevoegde
rechtbank met het verzoek een voorlopige voorziening te
treffen.
Aan zo’n juridische
procedure zijn kosten verbonden: voordat u een beroepschrift
indient is het raadzaam juridisch advies in te winnen, bij
voorbeeld bij een bureau voor Rechtshulp.
Verlof dat wordt
opgenomen zonder toestemming van de directeur of de
leerplichtambtenaar wordt gezien als ongeoorloofd
schoolverzuim. De directeur is verplicht dit aan de
leerplichtambtenaar te melden. De leerplichtambtenaar
beslist of er proces-verbaal wordt opgemaakt.
Heeft u na het lezen
van deze informatie nog vragen? Wendt u zich dan tot de
directeur van de school of tot de leerplichtambtenaar van uw
woongemeente.
|