Wat is de Rugzak?
De Rugzak is een andere naam voor de wet op de leerlinggebonden financiering (lgf-wet). Deze wet geeft ouders van een kind met een handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere (gewone) school zijn of een school voor speciaal onderwijs. De Rugzakwetgeving is bedoeld voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs.

Regulier onderwijs
Wanneer ouders kiezen voor een reguliere school en het kind extra voorzieningen nodig heeft, kunnen de ouders een leerlinggebonden budget aanvragen. Het kind neemt dit budget als het ware in een Rugzakje met zich mee. Uit de Rugzak kunnen zaken worden bekostigd als extra formatie, ambulante begeleiding etc.

Speciaal onderwijs
Ook ouders die kiezen voor speciaal onderwijs hebben profijt van de wetgeving. In de wet is bepaald dat de toelatingscriteria voor het speciaal onderwijs onafhankelijk en landelijk geldend moeten zijn. Dat betekent dat overal dezelfde criteria worden gehanteerd. Ouders kunnen vervolgens kiezen voor speciaal onderwijs of regulier onderwijs met een rugzak.
De Commissies voor indicatiestelling (CvI's) bepalen welk kind voor welk type onderwijs in aanmerking komt. Verder hebben ouders meer inspraak in het onderwijs aan hun kind omdat zij samen met school een handelingsplan voor hun kind moeten opstellen. Dit geldt zowel in het speciaal onderwijs als in het regulier onderwijs met een rugzak.

De leerlinggebonden financiering wordt de Rugzak genoemd omdat het geld gekoppeld is aan het kind, waarbij de ouders zeggenschap hebben over de besteding van de middelen.

Voor wie is de Rugzak bedoeld?
De Rugzak - of leerlinggebonden financiering - is bedoeld voor kinderen met een handicap die extra voorzieningen nodig hebben om (gewoon) basis- of voortgezet onderwijs te volgen. Zij zijn ingedeeld in vier clusters:

Het gaat dus om kinderen die zonder extra begeleiding geen reguliere school kunnen bezoeken. Deze kinderen zitten nu vaak in het Speciale Onderwijs (SO) of volgden, met ambulante begeleiding, regulier onderwijs.

Leerlingen in het SBO
Kinderen die op een school voor Speciaal Basisonderwijs (SBO, het vroegere LOM en MLK) zitten, zullen vaak niet in aanmerking komen voor de Rugzak. Vereiste voor de Rugzak is namelijk een indicatie voor het SO en die zullen deze kinderen meestal niet krijgen. Kinderen in het SBO vallen onder het
Weer Samen Naar School-traject (WSNS).

Leerlingen in het Speciaal onderwijs
Voor leerlingen die naar het speciaal onderwijs gaan komt geen Rugzak beschikbaar. Wel geldt dat zij dezelfde indicatieprocedure moeten doorlopen. De indicatie geldt dus zowel voor het krijgen van een Rugzakje als om toegang te krijgen tot het speciaal onderwijs.

Hoe werkt de Rugzak?
Stel: uw kind heeft een functiebeperking en u denkt na over een school voor uw kind. Wat kan de Rugzak dan precies betekenen voor u en uw kind? Wat moet u doen om uw kind in aanmerking te laten komen voor de Rugzak?

  1. Allereerst moet gekeken worden of uw kind in aanmerking komt voor leerlinggebonden financiering. Dit wordt indicatiestelling genoemd. Een onafhankelijke Commissie voor Indicatiestelling (CvI) bekijkt voor welk type speciaal onderwijs uw kind in aanmerking komt. Met deze indicatie kunt u kiezen voor speciaal of regulier onderwijs. Als u kiest voor regulier onderwijs en uw kind wordt toegelaten op een reguliere basisschool, dan kan de school met de indicatie een Rugzak aanvragen.
  2. Hoe gaat deze indicatiestelling in zijn werk? U meldt uw kind aan bij de Commissie voor Indicatiestelling van het cluster waar uw kind thuishoort. De CvI's zijn gevestigd bij de Regionale ExpertiseCentra (REC's) . Bij de aanmelding dient u medische dossiers en, als uw kind al op school zit, een onderwijsrapport te overhandigen. Hierbij kunt u hulp krijgen van het REC. Het REC kan u ook de weg wijzen naar de CvI.
  3. De CvI onderzoekt vervolgens, op grond van de door u aangeleverde gegevens, of uw kind in aanmerking komt voor een indicatie voor een bepaald type speciaal onderwijs.
  4. Met deze indicatie kunt u zelf bepalen of uw kind naar een reguliere of een speciale school gaat. Ook hierover kunt u advies inwinnen bij het REC
  5. Met de school van uw keuze gaat u een gesprek aan. U vertelt wat u verwacht van de school en de school geeft aan wat zij voor uw gehandicapte kind kan betekenen. Ook hierbij kunt u het REC vragen u te helpen. Kiest u voor een reguliere school, dan mag deze uw kind alleen weigeren als daar goede redenen voor zijn. Wordt uw kind toegelaten, dan stelt u samen met de school een handelingsplan op. Kiest u voor een speciale school, dan moet deze uw kind in beginsel toelaten. Natuurlijk moet de handicap van uw kind wel passen bij deze school. Ook hier stelt u samen met de school een handelingsplan op.

Wat zit er in een Rugzak?
De bedragen in de rugzak worden per handicap vastgesteld. In het basisonderwijs worden de bedragen voor extra formatie en AB toegekend in de vorm van formatie-rekeneenheden (fre). Het voortgezet onderwijs krijgt de middelen voor extra formatie uitgekeerd in een geldbedrag. De beschikbare uren komen ten goede aan de leerling. Ouders ervaren soms dat er verschillen bestaan tussen scholen in de uren die worden toegekend. Dat is het gevolg van keuzes die worden gemaakt met betrekking tot de tijd voor verslaglegging, overleg over de leerling, begeleiding van leerkrachten en / of ouders, reistijd enzovoort. Het is zaak om in het handelingsplan overeenstemming te bereiken over de uren in de rugzak .

Mogelijk komt er in de toekomst een meer op de onderwijsbeperking afgestemd bedrag per leerling, maar vooralsnog is het niet zover. Ook is er sprake van dat het op termijn mogelijk moet worden zelf te bepalen waar de middelen voor AB worden besteed.

De bedragen zijn niet voor iedere schoolsoort hetzelfde. Een leerling met een rugzak in het praktijkonderwijs (PRO) of leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) krijgt een korting op de rugzak, omdat er al extra onderwijs-zorgmiddelen bij de school voor deze leerling beschikbaar zijn.

Het budget in de Rugzak bestaat in het Primair en Voortgezet onderwijs uit drie delen:

·         Een bedrag voor formatie-uitbreiding
In het basisonderwijs wordt dit bedrag besteed aan formatie-uitbreiding (fre’s) in de vorm van een klasse-assistent, extra leerkracht of remedial teaching (RT). Per leerling gaat het om 3,5 uur per week (= 19 fre).
In het voortgezet onderwijs kan formatie-uitbreiding plaats vinden bij de zorgcoördinator, de mentor of de leerlingbegeleider.

·         Vrij te besteden bedrag (MI = Materiële instandhouding)
Dit vrij te besteden deel van de rugzak is bedoeld om plaatsing van een leerling met handicap of stoornis zowel voor de school als voor de leerling mogelijk te maken. Dit betekent dat het vrij te besteden deel in overleg met de ouders ook ingezet kan worden voor de aanpassing van lesmateriaal, maar ook voor extra RT of voor onderzoek als dit noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de problematiek en de wijze waarop de school hieraan tegemoet kan komen.

·         Een bedrag voor ambulante begeleiding
Dit bedrag (in fre’s in het basisonderwijs; in geld voor het voortgezet onderwijs) wordt besteed aan ambulante begeleiding (AB) vanuit het REC. AB is bestemd zowel voor de leerling als de leerkracht. Het gaat per leerling om ruim 3 uur per week (= 16 fre).

Inhoud rugzak per 1 augustus 2005 is voor het (speciaal) basisonderwijs als volgt:

Toelaatbaar verklaard tot speciaal

 onderwijs aan/van

Extra formatie voor school

In fre’s

Formatie  AB door REC

In fre’s

Deel basisschool

In euro’s

Deel AB/REC

In euro’s

Dove kinderen

 

39  *

36

 972

1.257

Slechthorende kinderen

 

19

16

 869

463

Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden

19

16

869

 463

Lichamelijk gehandicapte kinderen

19

16

 870

 514

Langdurig zieke kinderen met lichamelijke oorzaak

19

16

 869

 463

Zeer moeilijk lerende kinderen

 

19 / 39 **

16

 819

 309

Meervoudig gehandicapte kinderen

39

16

 869

 463

Kinderen met gedragsproblemen en / of psychiatrische problematiek

19

16

 869

 463

* 39 fre is ongeveer 7 uur per leerling.

* Zeer moeilijk lerenden krijgen vanaf groep 3 ook 39 fre plus een aanvulling van het MI - deel van € 253,= (Gele katern 2003, nr. 15 op www.cfi.nl) Deze regeling geldt niet voor leerlingen in het SBO. Deze krijgen in alle leerjaren 19 fre's.

Het leerlinggebonden budget in het Voortgezet Onderwijs is per 1 augustus 2005 als volgt samengesteld:

Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van

Extra formatie en vrij te besteden PRO/LWOO

In euro’s

Extra formatie en vrij te besteden

overig VO

In euro’s

AB

 door REC

In euro’s

 

Dove kinderen

 

2.174

2.821

4.491

Slechthorende kinderen

 

1.397

2.820

2.782

Lichamelijk gehandicapte kinderen

 

1.449

2.821

4.408

Langdurig zieke kinderen met lichamelijke oorzaak

1.397

2.820

2.835

Zeer moeilijk lerende kinderen

 

1.397

2.820

2.723

Meervoudig gehandicapte kinderen

 

1.397

2.820

2.835

Kinderen met gedragsproblemen en / of psychiatrische problematiek

1.397

2.820

2.835

Leerlingen met het syndroom van Down kunnen in het voortgezet onderwijs een beroep doen op aanvullende bekostiging. Het bedrag van € 1.397 (in het Praktijkonderwijs en Leerweg Ondersteunend Onderwijs) en € 2.820 in het overig VO, wordt opgehoogd tot een bedrag van € 8.200,-. De regeling is door het ministerie van OCW aan scholen voor voortgezet en agrarisch onderwijs bekend gemaakt op 8 juli 2003, onder kenmerk: PO/LGF-2003/25921.

Wanneer krijgt de school het geld?
Als de ouders een beschikking krijgen van de CvI over de toelaatbaarheid van hun kind voor speciale onderwijszorg, kunnen ze kiezen voor speciaal onderwijs of regulier onderwijs met een rugzak. Kiezen zij voor regulier onderwijs, dan meldt de reguliere school dit aan Cfi (de instantie die de financiën toekent aan scholen). De school geeft dan ook door welk REC de AB gaat verzorgen (zie Gele Katern 2005, nr. 11 en 12 op
www.cfi.nl). Op de 1ste dag van de maand volgend op de melding door de school wordt het budget, bestaande uit het aantal formatie-rekeneenheden en het geldbedrag toegekend aan de reguliere (po of vo)school. Ook het REC ontvangt het betreffende deel van het leerlinggebonden budget op de 1ste dag van de maand volgend op de melding.

Zie ook: http://www.cfi.nl/Images/e504211v_tcm2-28576.pdf

TAB en PAB
Naast de al genoemde AB bestaan er twee andere vormen van AB, namelijk de Terugplaatsings AB (TAB) en de Preventieve AB (PAB).

TAB is bedoeld voor leerlingen die na een verblijf van tenminste één jaar in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) worden teruggeplaatst naar het regulier onderwijs. Terugplaatsing betekent in dit geval dat zij geen recht meer hebben op speciale onderwijszorg (dus een negatieve indicatie krijgen). Deze leerlingen hebben recht op nog één jaar TAB op de reguliere school, volgens dezelfde bedragen als hierboven genoemd.

PAB is bedoeld voor leerlingen die (nog) niet aan de LGF-criteria voldoen, maar voor wie wel behoefte bestaat aan begeleiding om te voorkomen dat de leerlingen op termijn aangewezen zijn op plaatsing in het (v)so of regulier onderwijs met rugzak. Voor deze leerlingen worden formatie-rekeneenheden toegekend aan de reguliere school. Voor meer informatie, zie http://www.cfi.nl/Images/e506011_tcm2-29302.pdf

Visueel gehandicapten
Visueel gehandicapte leerlingen vallen niet onder de Regeling leerlinggebonden financiering. Een basisschool komt in aanmerking voor 39 fre’s voor een blinde leerling en 19 fre’s voor een slechtziende leerling. Een school voor voortgezet onderwijs ontvangt na aanvraag € 2.825 per leerling
zie ook Gele Katern 2005, nr. 7 op www.cfi.nl.
De instellingen voor visueel gehandicapten beschikken daarnaast over middelen om ambulante begeleiding te verzorgen in het regulier onderwijs basis– en voortgezet onderwijs.

Waar en wanneer aanmelden?
Waar?

Ieder kind dat in aanmerking wil komen voor de Rugzak, moet worden aangemeld bij de
Commissie voor Indicatiestelling (CvI). Deze CvI's zijn gevestigd bij de Regionale Expertisecentra (REC's). De adressen vindt u op de site van de Landelijke Commissie Toelating en Begeleiding. U kunt ook contact opnemen met de school voor speciaal onderwijs bij u in de buurt.

Wanneer?
Het is goed om uw zoon of dochter zo vroeg mogelijk aan te melden bij de CvI. De indicatieprocedure kan namelijk enige tijd in beslag nemen. Met name de periode om het dossier compleet te maken kan lang duren. Het REC moet daarin desgewenst ondersteuning geven. Na indiening van de complete aanvraag mag de indicatieprocedure maximaal acht weken duren en eventueel verlengd worden met nog eens acht weken. Als er een indicatie wordt afgegeven, kan de school hiermee een Rugzak aanvragen
(zie "tabblad PO en VO formulieren" op www.cfi.nl). Na aanvraag duurt het circa vier weken voor de Rugzak beschikbaar is.