
Stilstaan bij je mond
Je mond is de hele dag bezig: eten, drinken, praten, zonder woorden iets duidelijk maken, huilen……..
Je denkt er niet bij na hoe je je mond gebruikt en dat hoeft gelukkig ook niet altijd: meestal gaat het automatisch goed. Maar er zijn “mondgewoonten” die minder goed zijn en problemen kunnen geven: duim- of vingerzuigen, mondademen en verkeerd slikken. In dit artikel gaan we in op de gevolgen die duim- of vingerzuigen kunnen hebben.
Duim- of vingerzuigen
Baby’s hebben een grote zuigbehoefte: zuigen op duim of vinger geeft hen een veilig gevoel. Wanneer uw kind langdurig blijft duim- of vingerzuigen, ook na de peutertijd, kan dat een verkeerde tonghouding en verkeerde ademhaling tot gevolg hebben. Tijdens het zuigen ligt de tong onder in de mond, de tongpunt meestal tegen de onderlip. Ook op momenten dat het kind niet duimt, ligt de tong uit gewoonte onder in de mond. Zo blijft de mond makkelijker open staan en ademt het kind door de mond i.p.v. door de neus. Die verkeerde tonghouding heeft op haar beurt weer 2 vervelende gevolgen:
· verkeerd slikken, met de tong tussen de tanden.
· slissen, omdat de tong ook bij het praten tussen de tanden zit.
Bovendien heeft zuigen een nadelige invloed op het gebit. De stand van de tanden en de vorm van de bovenkaak en het gehemelte kan door duimzuigen zo veranderen, dat een kind de zogenaamde “open beet” of “overbeet” krijgt. Gevolg is dat het kind de lippen niet goed kan sluiten, waardoor het kind door de mond gaat ademen.
Duim- of vingerzuigen afleren, hoe?
Ouders van zuigelingen krijgen de laatste jaren vaker het advies om een fopspeen te gebruiken wanneer hun kind de duim of vinger pakt. Het is gebleken dat een kind eerder stopt met fopspeenzuigen dan het duim- of vingerzuigen. Ouders kunnen de fopspeen immers zelf weghalen. Bij duimende peuters en jonge kleuters kunt u langzaam beginnen met ontwennen. Met kleine beloningen kunt u in stapjes het duimzuigen verminderen. Na ongeveer het vijfde jaar kan het blijvend gebit gaan doorbreken. Het is gunstig als uw kind het duim- of vingerzuigen dan afgeleerd heeft. Het kind kan nu beter begrijpen dat de tanden scheef kunnen gaan staan.
Enkele hulpmiddelen:
· Maak een “schatkist”. Dit is een doos met voorwerpen die uw kind kan pakken als het overdag wil gaan duimen. U kunt in die doos allerlei leuke spullen doen of speelgoed waar uw kind erg aan gehecht is: bijvoorbeeld bolletjes klei, poppetjes, beestjes, schuifpuzzels.
· Hang of plak herinneringstekens (bijvoorbeeld stickers) op plaatsen waar uw kind vaak komt, bijvoorbeeld in de speelhoek, op het bed, ergens op de TV.
Stel een kleine beloning in het vooruitzicht als uw kind bijvoorbeeld enkele keren TV gekeken heeft zonder te duimen. Een opmerking van de tandarts of logopedist kan soms al veel doen. Verwacht niet dat uw kind van de ene op andere dag het duimen kan laten. Prijs het kind als u merkt dat het duimen minder wordt; het is soms echt moeilijk om het af te leren.