10
Oudertips voor het omgaan met druk gedrag

1. Bied structuur
Een druk kind is gebaat bij een duidelijke structuur. Plotselinge
veranderingen van een planning kan een druk kind namelijk niet goed
aan (en een 'normaal' kind vaak ook niet, trouwens).
Dus:
probeer zo duidelijk mogelijk te zijn in datgene wat je van je kind
verwacht. Vertel wat hij of zij wel mag en wat niet. Maak eventueel
een lijstje met de belangrijkste huisregels en afspraken.
2. Geef positieve aandacht
Drukke kinderen krijgen veel aandacht voor hun negatieve gedrag.
Daardoor vergeten we wel eens om ze te prijzen voor wat ze wél goed
doen. Let er dus op dat je je kind dus ook aandacht geeft voor
dingen die goed gaan.
Belonen
van goed gedrag doe je niet met geld of cadeaus, maar met een lach,
een grapje, een aai over zijn bol, een extra knuffel, of samen iets
ondernemen zonder de anderen.
3. Train 'geduld uitoefenen'
Drukke kinderen vinden het vaak moeilijk om geduldig te zijn. Ze
zijn snel gefrustreerd als iets niet lukt. Word dan niet boos, maar
help hen bij het vinden van oplossingen. Zo krijgt een kind de kans
te leren waar zijn eigen kracht ligt en om zijn creativiteit te
gebruiken.
Zowel
voor het kind als voor de ouder is het belangrijk om zo veel
mogelijk te trainen in geduld hebben. Vanaf 6 jaar kun je er een
spelletje van maken, aangepast aan de leeftijd van het kind: doe een
wedstrijd wie het langste een bepaalde behoeftebevrediging (zak
chips, tv kijken, etc.) kan uitstellen.
4. Wees voorzichtig met straffen
Straffen kan het kind opzadelen met een negatief zelfbeeld. Harde
straffen zijn uit den boze, lichamelijke straffen zouden verboden
moeten worden. Elke keer dat je een klap uitdeelt, geef je eigenlijk
een brevet van onvermogen af. Maar bovendien zijn lijfstraffen
schadelijk voor je kind. Niet doen dus.
Bedenk
dat een straf altijd onmiddellijk op het verkeerde gedrag moet
volgen, en niet een paar uur of een dag later. Houd er ook rekening
mee dat de beste straf er eentje is die het kind zichzelf ook zou
geven.
Meestal
is een kind dat echt iets verkeerds heeft gedaan, voldoende gestraft
door hem korte tijd iets te ontnemen wat hij fijn vindt: even de
groep uit. Even weg uit de gezellige huiskamer. Niet mee met zijn
vrienden. Een middag geen televisie of computer.
5. Ken je
kind
Vertrouw op je gevoel over je kind.
Leer zijn karakter kennen: probeer daarom met regelmaat te praten
over zijn en je eigen gevoelens.
Praten
over gevoelens moet je trouwens wel leren. Als een kind klein is,
moet je het daarom helpen zijn of haar gevoelens onder woorden te
brengen. Neem daar de tijd voor en ontwikkel je eigen vaardigheden
hierin. Ontdek (en respecteer) wanneer je kind wel wil praten en
wanneer niet.
Het is
belangrijk dat je als ouder snel ziet hoe het met je kind gaat,
wanneer het overprikkeld raakt, en wanneer het rust nodig heeft.
Alleen zo kun je hem of haar helpen zichzelf te leren kennen, zijn
eigen gevoelens te ontdekken en te leren zichzelf te beheersen als
dat nodig is.
6. Zorg voor ontspanning
Breng rust en regelmaat in het gezinsleven. Bouw ook bewust momenten
voor ontspanning in. Probeer je kind daarbij te helpen; zeker een
druk kind stopt gewoon niet uit zichzelf. Ontdek wat wel en niet
werkt voor jouw kind.
Bijvoorbeeld:
· stel je kind eens voor om gewoon
midden op de dag lekker in bad te gaan, of een lange douche te
nemen;
· ga samen eens een eindje
hardlopen, of een wedstrijdje racen op de fiets;
· masseer je kind met een lekker
geurende olie;
· samen koken kan ook heel
ontspannend zijn;
· denk aan de mogelijkheid van
kinderyoga, waarbij kinderen zelf ontspanningstechnieken leren.
Als een
kind eenmaal weet wat het moet doen als het zich opgejaagd voelt,
dan heeft het daar een leven lang plezier van.
7. Geef je kind de kans ertoe te doen
Breng mogelijkheden in het leven van je kind om te ontdekken dat hij
of zij ertoe doet voor anderen. Veel kinderen gaan een gevoel van
overbodigheid namelijk afreageren met druk gedrag. Maar ook
niet-drukke kinderen vinden het fijn als hun ouders laten merken dat
ze blij zijn met hen.
Zorg
ervoor dat je kind een vriendschap kan ontwikkelen. Ook al komt het
slecht uit: als je kind een vriendje wil uitnodigen voor het eten of
een logeerpartij, zeg niet te snel nee.
Hetzelfde geldt als je kind iets wil doen voor jou (zelf iets
koken, schilderen, of schoonmaken): sla een aanbod van je kind in
principe nooit af, ook al betekent het dat je er zelf meer tijd aan
kwijt bent om de rommel weer op te ruimen.
Een
kind wil weten dat hij ertoe doet voor zijn omgeving, vooral zijn
ouders.
8. Maak je huis 'child proof'
Drukke kinderen zijn vaak onhandig; er valt bijvoorbeeld zomaar een
glas om. Of ze lopen dwars door een glazen deur. Vaak gaat er iets
mis waar je je flink aan kunt ergeren.
Zorg er dus voor dat je je
tolerantiegrens flink omhoog brengt, en gebruik humor.
Help
jezelf én je kind door je omgeving aan te passen. Bijvoorbeeld:
· vervang die glazen deur tijdelijk
door eentje van kunstsof;
· schenk de melk en de limonade in
plastic bekers;
· zet alles wat breekbaar is, en
waaraan je erg gehecht bent, gewoon weg;
· zoek een plek waar je kind zich
kan uitleven;
· hang een touwladder op, koop een
boksbal of een skippybal, zet een kleine trampoline neer of hang een
basket aan een buitenmuur.
Kortom:
leer je kind hoe het kan omgaan met een overschot aan energie en
kraak hem of haar er niet op af.
9. Zorg goed voor jezelf
Het leven met een druk kind kan heel zwaar zijn. Zorg daarom voor
manieren om jezelf weer op te laden.
Probeer
bijvoorbeeld gelegenheid te vinden om er even tussenuit te gaan en
probeer het contact met je partner niet te verliezen. Praat er met
andere ouders over in een veilige omgeving en informeer jezelf.
Wanneer
je denkt dat je het niet meer alleen aankunt, schroom dan niet om
hulp te vragen. Praat er bijvoorbeeld eens over met de huisarts of
de schoolmaatschappelijk werker.
10. Blijf genieten van je kind
Tot slot: leer te genieten van je kind. Een kind is meer dan alleen
maar zijn gedrag. Dwing jezelf terug te kijken naar mooie momenten.
Stop bijvoorbeeld niet met foto's maken (en ze in te plakken) als de
kleutertijd voorbij is, maar blijf fotograferen (en inplakken),
zodat je ook samen met je kind momenten kunt herbeleven die fijn
waren.
Wees
blij met wat er goed gaat en stel regelmatig je verwachtingen bij.
Want een kind met ontevreden ouders kan nooit gelukkig zijn.
 |